|
Zoals vele min of meer recent her-ontdekte natuurgeneeswijzen, wordt de vroegste kennis van de aromatherapie bij de Chinezen gevonden en wel 4500 j.v.Chr. In die tijden vormde het zelfs de hoofdschotel van de geneeskunde aldaar. Daarna heeft het zijn weg gevonden naar India, Egypte, Griekenland en de Romeinen. In 1922 werden in het graf van de Farao Tutankamon een aantal geurpotjes gevonden, waarbij in enkele de geur van Nardus en Kruidnagel nog waarneembaar was. Cleopatra beschikte naast haar befaamde, natuurlijke aantrekkelijkheid over ontelbare welriekende olien, die de kracht van haar persoonlijkheid aanmerkelijk zullen hebben opgevoerd. De Egyptenaren gebruikten hun befaamde Kyphi olie (een samenstelling van verschillende olien) in hun tempels. Ze balsemden hun doden met harsen en essentiele olien en weerden insekten met in essentiele olie gedrenkte papyrusbladen. Grieken en Romeinen ontwikkelden hun badcultuur met de in Egypte opgedane kennis van essentiele olien en bespenkelden hun lichamen, kleren, bed en wanden van huizen hiermee. Zelfs vaandels van de troepen werden met de geur verrijkt. In Heliopolis(Perzie) had men zelfs de gewoonte 3 maal daags verschillende soorten reukgoed te verspreiden: 's-ochtends mirre, 's-middags een mengsel van 16 verschillende aroma's en 's-avonds een samenstelling van rustgevende geuren. In West-Europa, toen het in de Middeleeuwen met de hygiene abominabel gesteld was, werden bepaalde essentiele olien veel gebruikt tegen de stank en om hun desinfekterende eigenschappen. Kerken werden met zwavel, hop, peper en wierook gedesinfekteerd en eskulapen hadden aan hun wandelstok zakjes met geurende kruiden, die men onder de neus hield wanneer men zieken bezocht. Welgestelden droegen een zilveren ketting met houdertje, gevuld met essentiele olie. De opkomst van de alchemie en de daaruitvoortkomende chemie plus een aantal andere faktoren deden de aromatherapie in vergetelheid belanden om pas in het begin van deze eeuw door de Fransman Gattefosse opgenomen te worden en op moderne wijze gerekonstrueerd te worden.In korte tijd werden er veel meer 'olien ontdekt' dan er ooit bekend waren en ook hun toepassingen worden door degelijk onderzoek veel nauwkeuriger en gerichter. De aromatherapie kan uiteraard als een zelfstandige geneeswijze worden beschouwd. Als aanvullende therapie bij andere vormen van geneeswijze heeft het zijn bijzondere waarde. Alhoewel deze tak van de natuurgeneeskunde in Nederland nog in een beginstadium verkeert, is het bemoedigend te kunnen konstateren, dat de universiteiten van Leiden en Utrecht grote interesse tonen en bezig zijn voor deze materie studiegroepen in het leven te roepen. Eveneens is het verheugend waar te nemen, dat er regelmatig resultaten van wetenschappelijk onderzoek (naar essentiele olien) gepubliceerd worden. |